| Uiterlijke kenmerken
|
| Het geslachtsonderscheid is bij deze soort goed te zien, de mannetjes hebben lang uitgerekte spits toe lopende vinnen, terwijl deze bij de vrouwtjes zijn afgerond (zeker bij de rugvinnen is dit duidelijk te zien). Het vrouwtje heeft tevens een heldere rode buik, waar deze soort zijn Nederlandse naam "Kersenbuikje" aan te danken heeft.
|
| Huisvesting
|
| Voor de inrichting van het aquarium nemen wij zandbodem of fijn grind dit omdat deze soort graag graaft. maak holletjes met bloempotjes, kokosnootschalen, kruikjes etc.. maak een structuurrijk aquarium met kienhout, beplanting en steen, deze soort laat planten met rust.
|
| Voeding
|
| Deze dieren zijn echte alleseters en houden van een gevarieerd menu geef ze levende/diepvries muggenlarven, watervlooien, mysis, artemia en droogvoer.
|
| Kweek
|
| De kweek is zeer eenvoudig bij deze vissen de vrouwtjes laten zien aan de mannetjes wanneer ze geslachtsrijp zijn aan de mannetjes door trillende bewegingen te maken met de flanken en de HELDER rode buik te laten zien aan het mannetje. als het vrouwtje en het mannetje het samen goed kunnen vinden gaat het vrouwtje en het mannetje broedholletjes graven en het mannetje maakt het holletje zuiver, maar kan deze ook verleggen door hem te ondergraven tot in de gewenste positie. (dit heb ik zelf meegemaakt een bulldozer is er niks bij) Als dit allemaal is gebeurd gaan ze over tot eiafzetting in het holletje er kunnen tot 200 eieren afgezet worden maar meestal zal het aantal rond de 100-150 liggen. als de eitjes zijn afgezet neemt het mannetje buiten het holletje een territorium van ongeveer 60cm in, hierin mag dan ook geen een andere vis meer binnen komen het vrouwtje blijft de eerste dagen in het holletje en bewaaiert de eieren met fris water, als de eitjes zijn uit gekomen blijven de larfjes de eerste dagen nog in het holletje maar het vrouwtje gaat zich steeds meer met het territorium bemoeien, als na een paar dagen al oogjes hebben worden ze door het vrouwtje in de bek genomen en naar een van de broedkuiltjes verhuist waarin je dan als je heel goed kijkt al enig beweging in de larfjes ziet, s'nachts worden ze weer in de bek genomen en terug in het holletje gezet. Als de larfjes gaan vrij zwemmen moet je ze bij voeren met artemia-naupliën de eerste week worden ze nog fel beschermd maar daarna breekt de interesse bij de ouders en moeten de jonge kersenbuikjes hun eigen boontjes gaan doppen.
|
| Overige bijzonderheden
|
|
|
|
|
|
| Taxonomische indeling
|
| Orde
| Perciformes
|
| Familie
| Cichlidae
|
| Geslacht
| Pelvicachromis
|
| Herkomst
| Zuid Nigeria
|
| Nederlandse naam
| Kersenbuikcichlide
|
| Vereisten
|
| Min. aquariumlengte
| 100 cm
|
| Min. aantal
| 2
|
| Verhouding m:v
| 1:1
|
| Stroming
| zwak, matig
|
| Temperatuur
| 24 - 25 °C
|
| pH
| 6,5 - 7
|
| GH
| 8 - 12
|
| Eigenschappen
|
| Lengte
| 10 cm
|
| Waterlaag
| onderste, middelste
|
| Synoniemen
|
|
|
| Ontdekker
|
|
|
|