| Uiterlijke kenmerken
|
| De basiskleur van het antennebaarsje geel tot oranje aan de voorkant en blauw aan de achterkant. De flanken en de vinnen van de vissen zijn bedekt met blauw-iriserende stippen die op de vinnen alleen aan de basis zitten. Op het lichaam bevinden zich twee zwarte vlekken, één aan het begin van de rugvin, en een onder de rugvin (zie foto), er loopt een zwarte lijn over de kop door het oog. Ook op de neus zit een zwarte vlek. De voorste drie vinstralen van de rugvin zijn zwart gekleurd en bij het mannetje zijn rugvinstralen verlengt als ware het antennes (vandaar de naam). Bij de slechte doorgekweekte vissen zijn deze verlengde vinstralen niet meer aanwezig. Het vrouwtje heeft een rood tot vuurrode gekleurde buikpartij.
|
| Huisvesting
|
| Het aquarium in iedergeval inrichten met schuilplaatsen in de vorm van kienhout, stenen of dichte beplanting.
|
| Voeding
|
| alleseter
|
| Kweek
|
| Het geslachtsonderscheid is redelijk gemakkelijk zie ook de foto's, Het mannetje heeft meer kleur, het vrouwtje heeft een mooie rode buikpartij in paartijd. De kweek is bij de juiste watersamenstelling (zeer zacht en enigszins zuur) redelijk eenvoudig. De eieren worden op een platte steen, op een blad van een plant, stuk hout of in een hol (bloempot) afgezet. Het legsel bedraagt tot 200 eieren. Beide ouders beoefenen de broedzorg. Wanneer de broedplaats gekozen en schoongemaakt is leggen ze daar de eieren. Beide ouders verdedigen het nest. Als de vissen voor het eerst eieren leggen, kan het zijn dat ze het na een tijdje zelf opeten, geen paniek, vaak beginnen ze dan niet veel later met het kiezen en schoonmaken van een nieuwe afzetplaats waarna het spel overnieuw begint.
|
| Overige bijzonderheden
|
| Het antennebaarsje werd voor het eerst in 1948 beschreven als Apistogramma ramirezi. Omdat er grote verschillen zijn met andere soorten van het geslacht Apistogramma, twijfelden ichthyologen (wetenschappers die zich onder andere met de naamgeving van vis soorten bezig houden) al lang aan de juistheid van deze naam. Nadat het antennebaarsje in 1977 in het nieuwe geslacht Papiliochromis werd geplaatst, werd zijn naam nog eens in Microgeophagus ramirezi veranderd. De wetenschappers liggen nog steeds niet allemaal op één lijn, maar sinds 1985 is de officiële naam van het antennebaarsje vastgesteld op Papiliochromis ramirezi en sinds kort weer Mikrogeophagus ramirezi (waarbij de naam waarschijnlijk foutief geschreven is). De ramirezi is een vreedzame dwergcichlide, die uitstekend in een gezelschapsaquarium gehouden kan worden. Het is wel een vis die gevoelig is voor de kwaliteit van het water en grote snelle veranderingen daarin. Deze vissen worden ook niet zo oud, met twee jaar is het eigelijk altijd al gedaan. De vissen zijn een tijd, doordat ze massaal in Zuid-oost Azië werden nagekweekt, heel erg zwak geweest en hebben daardoor ook een slechte naam gekregen, maar tegenwoordig zijn er weer goede sterkere exemplaren op de markt.
|
|
|
|
| Taxonomische indeling
|
| Orde
| Perciformes
|
| Familie
| Cichlidae
|
| Geslacht
| Papiliochromis
|
| Herkomst
| West Venezuela, Colombia, Brazilië en Bolivia
|
| Nederlandse naam
| Antennebaarsje
|
| Vereisten
|
| Min. aquariumlengte
| 70 cm
|
| Min. aantal
|
|
| Verhouding m:v
| 1:1
|
| Stroming
|
|
| Temperatuur
| 25 - 29 °C
|
| pH
| 6,5 - 7
|
| GH
| 3 - 6
|
| Eigenschappen
|
| Lengte
| 6 a 7 cm
|
| Waterlaag
|
|
| Synoniemen
|
|
|
| Ontdekker
|
|
|
|