| Uiterlijke kenmerken
|
| De vis is grijsgroen tot bruingeel, de buik is bronskleurig tot wit. Qua uiterlijk lijkt hij heel veel op zijn broertje, de Labeo bicolor. Als ze volwassen zijn is het vrouwtje iets dikker dan het mannetje.
|
| Huisvesting
|
| Deze vis heeft een ruim aquarium nodig, 1.20 meter is het minimum. Zorg voor veel schuilmogelijkheden, stukken kienhout, stenen en planten zijn hiervoor heel geschikt. Breng een donkere bodem aan en wat drijfplanten om het licht te dempen.
|
| Voeding
|
| Deze vis is een echte alleseter: droogvoer, diepvriesvoer, levend voer, geblancheerde groente en algen staan op het menu.
|
| Kweek
|
| De kweek is heel lastig, omdat deze vissen solitair gehouden moeten worden. Er is bekend dat het mannetje broedzorg vertoont.
|
| Overige bijzonderheden
|
| Deze vis is ook een bodembewoner en territoriumvormer, maar is ietsje verdraagzamer dan de Labeo bicolor. Als ze wat ouder worden kunnen ze wel agressief worden tegenover soortgenoten of andere vissen, het beste kun je ze solitair houden. Ze zijn wel schuw en hebben dus schuilplaatsen nodig om zich te kunnen verstoppen. Hou ze samen met vissen van dezelfde grootte uit de middelste en bovenste waterlagen, maar zeker niet met Discussen of Maanvissen.
|
|
|
|
| Taxonomische indeling
|
| Orde
| Cypriniformes
|
| Familie
| Cyprinidae
|
| Geslacht
| Epalzeorhynchos
|
| Herkomst
| Thailand
|
| Nederlandse naam
|
|
| Vereisten
|
| Min. aquariumlengte
| 120 cm
|
| Min. aantal
|
|
| Verhouding m:v
|
|
| Stroming
| matig
|
| Temperatuur
| 23 - 27 °C
|
| pH
| 6,0 - 8,0
|
| GH
| 5 - 12
|
| Eigenschappen
|
| Lengte
| 15 cm
|
| Waterlaag
|
|
| Synoniemen
|
|
|
| Ontdekker
|
|
|
|