| De ervaringen met het kweken van de soort zijn bijzonder positief, dat heeft mede te maken met het flexibel zijn wat betreft de waterwaarden. Ik heb geprobeerd om de waterwaarden van het leefgebied van de danio’s als leidraad te nemen voor de kweek: pH iets boven de 7 en een gemiddelde watertemperatuur van 22 tot 24 graden celsius. Het gebied waar ze voorkomen ligt op1040 meter boven de zeespiegel, de gemiddelde watertemperatuur is 22 graden maar meestal ligt dat zelfs lager.
Het is opmerkelijk dat er ook goede kweekresultaten zijn in Azië bij een temperatuur van 26 graden celsius bij een pH van 5,5 tot 6. Engeland had vorig jaar oktober de wereld primeur van de eerste geslaagde kweekpoging bij een temperatuur van 22 graden celsius en een pH van 7.
De Engelse kwekers (Bolton Museum) kwamen er achter dat je beter een kweekgroep kon nemen dan een kweekstel. Binnen een kweekgroep wordt eerder gepaard. Het lijkt erop dat de andere dieren binnen de groep het paargedrag stimuleren. Beide manieren, kweekstel en kweekgroep, geven desondanks resultaat. Het Javamos speelt een belangrijke rol bij het kweken: als afzetsubstraat en als schuilplaats voor de jongen. De eitjes kleven slechts een beetje waardoor ze na enige beroering in de bak op de bodem terecht zullen komen. Men kan kiezen om onder het javamos een legrooster te plaatsen zodat de ouderdieren niet bij de eieren kunnen komen. De danio’s zullen het niet laten om de eitjes op te eten als ze de mogelijkheid hebben.
Er is geen broedzorg geconstateerd, ik heb mijn kweekgroep nadat ik een ouderdier een vislarfje zag opeten eruit gehaald en heb mijn plan van een semipermanente kweekbak moeten bijstellen, desondanks zijn er genoeg eitjes en vislarfjes overgebleven zodat ik toch een groep overhield van ruim 40 visjes. Er kunnen per paring tot wel 30 eitjes afgezet worden (naar gelang grootte en conditie van het vrouwtje, er zijn gevallen bekend van minder eitjes per legsel).
De eitjes komen na ongeveer 4 tot 5 dagen uit en na nog eens 4 dagen kunnen de vissenlarfjes zich vrijelijk bewegen door de bak. Ze zijn bij uitkomen nog net geen 3 mm. Het duurt nog enkele dagen voordat ze “los” komen van de bodem. Liquifry-1 is het opfokvoer wat ze de komende 2 tot 3 weken nodig hebben. Hierna kan er overgestapt worden naar artemia-naupliën, gewelde artemia-eitjes en zeer fijn droogvoer.
Na ongeveer 10 weken kan men al vrouwtjes van mannetjes onderscheiden en na 12 weken zijn ze volwassen.
|