| Uiterlijke kenmerken
|
| Deze prachtige barbeel dankt zijn naam aan zijn mooie roodbruine kleur, vooral de dieprode kleur van zijn kop natuurlijk. De mannetjes zijn felrood van kleur en de vrouwtjes iets bruiner. Ook heeft deze vis 3 dwarsbanden over zijn lichaam die bijna niet te zien zijn door zijn kleur.
Het mannetje van de Purperkopbarbeel heeft een hogere rug en is breder en feller gekleurd dan het vrouwtje.
|
| Huisvesting
|
|
|
| Voeding
|
| alleseter
|
| Kweek
|
| De kweek is redelijk eenvoudig. Het paaien speelt zich gewoonlijk in de ochtend af. De vissen rijden ongeveer twee uur tussen de planten. Na het paaien moeten ze uit de bak gehaald worden. De larven teren 7 dagen op de dooierzak. Sommige aquariumhouders raden aan de vissen in de winter in water met een lagere temperatuur (14 a 16 graden) te houden. In de lente zijn de vissen dan al gauw bereid te paaien in watter van 18 tot 22 graden. Purperkopbarbelen die voortdurend in warm water gehouden worden, zijn minder diep van kleur en weigeren te paaien.
|
| Overige bijzonderheden
|
|
|
|
|
|
| Taxonomische indeling
|
| Orde
| Cypriniformes
|
| Familie
| Cyprinidae
|
| Geslacht
| Barbus
|
| Herkomst
| Sri Lanka
|
| Nederlandse naam
| Purperkopbarbeel
|
| Vereisten
|
| Min. aquariumlengte
| 60 cm
|
| Min. aantal
| minstens 6
|
| Verhouding m:v
| 1:1
|
| Stroming
|
|
| Temperatuur
| 22 - 26 °C
|
| pH
| 6 - 6,5
|
| GH
| 8 - 12
|
| Eigenschappen
|
| Lengte
| 6 cm
|
| Waterlaag
|
|
| Synoniemen
|
|
|
| Ontdekker
|
|
|
|